Alimentatie voor Golddiggers, deel 2

gold-coins-images.jpg Op 24 maart j.l. schreven wij een artikel over alimentatie en de naar onze mening sterk verouderde wetgeving hiervan in Nederland. Wij beloofden u een voortzetting en bij deze gaan wij wat dieper in op de alimentatieregeling zoals die in Nederland gehanteerd wordt. Wij willen hierbij herhalen dat het er niet om gaat een vrouw onvriendelijk artikel te schrijven, maar daar in onze samenleving meestal de man de voornaamste kostwinner is, wordt hij ook het meeste geplukt.

Wij gaan vandaag in op het feit dat ondanks het feit dat bij de rechtelijke uitspraak van een scheiding er meestal ook een regeling wordt getroffen betreffende de alimentatie, deze wel degelijk in de loop der jaren herzien kan worden. Dan hebben wij het niet over de jaarlijkse procentuele aanpassing van die alimentatie, deze wordt o.a. middels het internet via de site van Justitie bekend gemaakt, maar de aanpassing welke de alimentatie ontvangende partij gedurende de meestal 12 jaar looptijd van de alimentatie kan eisen als de alimentatiebehoefte is toegenomen.

Hiervoor moet weer naar de rechter gestapt worden en wij nemen dan als voorbeeld een recente zaak die u middels de site waarop gerechtelijke uitspraken staan vermeld nogeens na kunt lezen. het betreft de zaak LJN BC 4611 d.d. 22.01.08 van de rechtbank te den Haag.

Een man en een vrouw zijn 20jaar gehuwd geweest. De rechtbank te Haarlem spreekt een scheiding uit en bepaalt dat de man het eerste jaar € 1.500 per maand bruto ana de vrouw dient te betalen en daarna € 1.100 per maand bruto. Deze regeling wordt opgenomen in het echtscheidingsconvenant.

Tevens wordt er een zg. niet-wijzigingsbeding opgenomen dat inhoudt dat beide partijen afzien van de wettelijke mogelijkheid om op basis van gewijzigde omstandigheden toch de hoogte van de alimenatie door de rechter te laten wijzigen. De scheiding wordt uitgesproken in 2003.

Echter de vrouw bedenkt zich en in 2004 vindt zij dat de hoogte van het afgesproken bedrag onaanvaardbaar is, stapt naar de rechter en vraagt om een alimentatie van maandelijks bruto €4.500. Als reden geeft zij op dat zij eigenlijk vanaf het begin vond dat de alimenatie welke haar was toegekend niet aan de wettelijke maatstaven vond voldoen. Zij had inmiddels een huurwoning betrokken en kon van het alimenatiebedrag niet rondkomen.

De man stelde bij de rechter dat de vrouw reeds vor het uitspreken van de scheiding een eigen woonruimte had en derhalve wel degelijk op de hoogte had moeten zijn van de kosten van levensonderhoud.

De rechter gaf aan dat een convenant betreffende alimentatie kan worden gewijzigd of ingetrokken, indien het convenant is aangegaan met een grove miskenning van de wettelijke maatstaven. Een niet- wijzigingsbeding verandert hier niets aan. Indien het bedrag op basisi van die beginselen onredelijk is, moet er wel sprake zijn van gewijzigde omstandigheden, wil men een rechtsgeldig beroep doen opde wijziging van de alimentatie.

Er beek echter dat de man aan de vriouw tijdens de echtscheiding ook al een bedrag had betaald groot €247.500 waarvoor de vrouw een huis had gekocht. Inmiddels had de vrouw het huis weer verkocht en beschikte daardoor over een vermogen dat groter was dan zij in het kader van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden had ontvangen.

De rechtbank oordeelde terecht dat er geen sprake was van gewijzigde omstandigheden en wees derhalve de eis van de vrouw af.

Gelukkig maar voor in dit geval de man, maar dat het ook heel anders kan gaan, vertellen wij u in het volgende artikel.