Wat ik mij steeds maar weer afvraag is, waarom die Mohammedanen blijven ijveren voor een volmaakte geestelijke wereld, maar toch steeds weer opnieuw in ongerijmde uiterste vervallen.
Indien zij hun middagen op het dorpsplein wensen door te brengen met discussiëren over allerlei theoretische en theologische aspecten der Islam en de kunst van het regeren, dan gun ik hen dat van harte. Maar nee, ze willen een democratie, en ze wensen te leven volgens het Islamitisch recht, de Sharia dus. Maar – wat bij andere volken een natuurlijke ontwikkeling der tijden is, doordat intelligente, ondernemende, en actieve elementen, tot een plotselinge spontane uitbarsting komen, en zich zodoende op een onstuimige wijze tot een hogere vorm van beschaving opwerken – zien we in die Islamitische landen altijd precies het tegenovergestelde gebeuren, namelijk: na een korte periode van redelijke welvaart, een plotselinge terugval in de barbarij.
Ook nu zien wij in Neerlands dreven onderdanen uit verscheidene Islamitische landen – onderdanen die wij alle kansen geboden hebben, want wij hebben een regeringsvorm die aan vrije mensen goede kans geeft hun talenten te ontwikkelen – ook nu zien wij dat zij zich opnieuw onledig houden met primitieve geloofsconflicten, in plaats van dat zij zich het hoofd buigen boven een studieboek.
Maar nee hoor, ze vermoorden op walgelijke manier hun leider, gaan tekeer als de helden van Troje, snijden elke tegenstander de hals af, en roepen vervolgens luid dat ze streven naar een democratie en een gematigde Islam – onderwijl hun geweren in de lucht leeg schietend – en richten een volmaakte verwoesting aan, werkelijk geen steen blijft op de ander, en dat dient allemaal straks weer opgebouwd te worden, liefst met geld uit het Christelijk Europa. En dat noemen ze Arabische lente! En onze regering steunt die primitieve ongefundeerde volkswoede. Daar zijn we mooi klaar mee!
Nee, beste lezers, dat is geen Arabische lente, dat is een strenge winter – een wel zeer strenge winter die hun nog koud op het dak zal vallen!
Dat een gematigde Islam niet bestaat, dat weten we inmiddels allemaal, het is net zoiets als – om dat afgezaagde voorbeeld maar weer eventjes te gebruiken: een beetje zwanger zijn, Islam is Islam. Trouwens de doorsnee Islamitische burger heeft een afkeer voor welke democratische regeringsvorm dan ook, en vooral een aangeboren afkeer en ongeloof in de bekwaamheden van zijn regeringsleiders. Ze kunnen wat dat betreft een voorbeeld nemen aan de Romeinen, die deden hun werk zo grondig, dat zij een organisme hebben opgebouwd, dat in de een of andere vorm, tot in onze huidige tijd, is blijven bestaan, daar kunnen die Mohammedanen nog een puntje aan zuigen!
Wij gaan weer eens terug in de tijd, naar de regeringsperiode van Mohammed Reza Pahlavi (1919-1980), ons welbekend als de sjah van Perzië. Hij regeerde tot 1979. Toen nam die vreselijke ayatolla Khomeini de zaak over, hetgeen een weldaad voor het volk zoude betekenen, het resultaat van die geestelijk leider zien wij dagelijks.
Mohammed Reza koesterde het plan om de sociale en economische toestanden in Iran te verbeteren. En dat lukte aardig. Want in 1961 kondigde de sjah de Witte Revolutie af, welke voorzag in vrouwenemancipatie (geen hoofddoeken en sluiers), landhervormingen en een algemeen kiesrecht. Goed, het liep allemaal niet bijster succesvol, de decadente levenswijze van de sjah won bij velen geen sympathie. Maar – vanaf de jaren zestig, voerde de geestelijkheid de oppositie, waaronder Khomeini, en in 1977, ja hoor – de studenten kwamen in opstand tegen het regime van de sjah, en ze eisten, jawel, een puur Islamitische staat. In 1978 deed de sjah pogingen het tij de keren, o.a. herinvoering van de Islamitische kalender, maar niets kon de boel redden, en wij weten de gevolgen. De sjah vluchtte het land uit, en in 1980 stierf hij in zijn Egyptisch ballingsoord aan kanker. Einde verhaal. En hetzelfde vindt nu plaats in Egypte, Lybië, Tunesië e.a. Islamitische contreien. Terug bij AF.



